Leg alles klaar en laat de plakjes korst- of bladerdeeg half ontdooien. Schil de appels, maar laat de appels heel. Verwijder de klokhuizen met een appelboor en snij de appel in dikke plakken. Je haalt ongeveer 4 plakken uit één appel.
Meng de suiker met de kaneel en leg de helft van de plakjes korst- of bladerdeeg op het aanrecht.
Leg één plak appel op het deeg en strooi in het midden wat kaneelsuiker. Maak de randen van het deeg nat met een kwast en leg er een plakje deeg bovenop. Herhaal dit met de rest van de appelplakken en het deeg.
Druk met een ronde steker de appelbeignet uit en duw het lucht eruit tussen je handen.
Bak de beignets in de frituurpan (of pan met olie) op 180 graden tot ze mooi goudbruin zijn aan beide kanten. Dan kun je ze eruit halen. Laat ze uitlekken en wentel ze daarna meteen door de kaneelsuiker.