Begin met de kroketten. Rooster de kemiri nootjes in een koekenpan tot ze mooi bruin zijn. Vijzel ze daarna. Bak het dan zachtjes aan samen met de rode ui en de gember.
Roer de ketjap en de sambal door de runderbouillon.
Doe de boter in de pan en verwarm dit. Let op: laat het niet verbranden, maar laat het wel uit bruisen zodat het laatste vocht wat in de boter zit verdampt.
Voeg, wanneer de boter stopt met bruisen, de bloem toe. Roer dit met een garde tot een mengsel.
Nu moet de roux, het mengsel van boter en bloem, garen. Roer het met een spatel voor vijf minuten, op laag vuur. Wanneer het mengsel een beetje loskomt van de bodem is het klaar. Haal het dan van het vuur.⏱ 5 min
Laat de roux 10 minuten rusten en verwarm de bouillon ondertussen nog even. Voeg dit daarna in twee keer samen. Roer dit met de garde tot een geheel.⏱ 10 min
Voeg daarna de gebakken nootjes, ui en gember toe. Roer dit gedurende een paar minuten op laag vuur. Voeg als laatst het rundvlees en eventueel zout toe.
Dan is de ragout klaar en moet het afkoelen. Roer het regelmatig door om ook de kern af te koelen. Daarna een nacht in de koeling.
Om de kroket te vormen, maak je bolletjes met lepels of het liefst een ijsschep. Leg deze in bak met meel of paneermeel.
Rol de bolletjes door de bak en vorm met je handen de juiste vorm. Er mag best veel meel/paneermeel op, want er mogen geen scheurtjes inzitten.
Sla de eieren stuk in een kom en roer dit tot een geheel.
Paneer daarna de kroketten twee keer in paneermeel naar keuze. Haal de kroketten eerst door het ei, dan door de paneer. Weer door ei en weer door paneer.
Laat daarna de kroketten een paar uur drogen. Daarna kunnen ze de frituur in voor 4/5 minuten op 175 graden.⏱ 5 min